2 weken bij de Guaraní

2 weken geleden stapten Jasper en ik met een vriend, Marcel op de bus naar Misiones met als doel om daar 7 jongeren te selecteren voor het leiderschapsprogramma in juli. Vorig jaar juli was ik voor het eerst in Misiones en ben toen heel erg bevriend geraakt met Mario en Fatima en Aty en Necca, twee blanke stellen die al 20 jaar bezig zijn om met heel veel geduld en toewijding een school op te zetten in het Guaraní dorpje Perutí.

De Guaraní zijn een inheemse bevolkingsgroep die met name in Argentinië, Bolivia en Paraguay leeft (veel mensen zouden ze indianen noemen, terwijl die term natuurlijk eigenlijk niet klopt). Sinds de ‘ontdekking’ (‘invasie’ zou eigenlijk een beter woord zijn) van Amerika is de inheemse bevolking structureel uitgemoord. De weinige overlevenden in Argentinië voeren een dappere strijd om een deel van hun land terug te krijgen en worstelen met de uitdaging om zich aan te passen aan hun snel-veranderende omgeving en tegelijkertijd hun eigen identiteit en cultuur te behouden.

Onze opdracht om deelnemers te selecteren is lastiger dan ze op het eerste gezicht lijkt. Ten eerste zijn er belangrijke cultuurverschillen en  daarnaast hebben de Guaraní nogal slechte ervaringen met de meeste blanken. Ze worden redelijk overspoeld door antropologen die hen komen ‘onderzoeken’ om vervolgens te verdwijnen zonder ooit iets terug te doen voor de gemeenschap, of vrijwilligers die spullen komen uitdelen zonder oog voor context of cultuur (bijvoorbeeld een vrouw die elke maand langskomt om met vrijwilligers het haar van de kinderen te kammen en ze haarspeldjes in te doen). Er zijn voorbeelden van blanken die ze hebben gevraagd naar hun kennis van medicinale planten om vervolgens op die medicijnen een patent aan te vragen en er zelf rijk van te worden. En het grootste probleem: blanken zijn druk bezig om overal om hen heen de bossen te kappen die essentieel zijn voor hun vorm van leven. Hun rivieren worden vervuild en ze krijgen met geweld allerlei regels opgelegd die hun cultuur verstoren (bijvoorbeeld de verplichting om in een ziekenhuis te bevallen in plaats van in de eigen gemeenschap).

Vanuit deze context bezien is het dus eigenlijk nog een wonder dat we zo vriendelijk worden ontvangen. Maar….echt vertrouwen doen ze ons niet zo snel.

Onze vrienden van de school helpen ons fantastisch met alle kennis die ze door de jaren heen hebben opgedaan en door ons voor te stellen aan een aantal belangrijke mensen uit de gemeenschap. Via hen kom ik in gesprek met de Cacique (het dorpshoofd) en kan ik aanwezig zijn bij de ‘reunión de los padres’ (bijeenkomst van alle ouders uit het dorp). Omdat vertrouwen opbouwen nou eenmaal tijd nodig heeft, ben ik alles bij elkaar ongeveer 2 weken in het dorp voordat ik echt aan de selectie begin.  Tot die tijd speel ik met de kinderen, wandel rond, praat met verschillende mensen en woon af en toe een klasje bij in de school. Van buiten ziet het er waarschijnlijk heel relaxt uit, maar mijn hersenen maken ondertussen overuren. Zoveel dingen die me verbazen en die vragen oproepen; voelen deze mensen zich nou arm? Hoe zien zij de wereld?  Hoe gaan ze met elkaar om? Hoe kom ik met ze in gesprek? Wat kan ik wel en niet doen/ zeggen? etc.

Ondertussen hebben we ook bijeenkomsten met jongeren in het ‘blanke’ dorp dat iets verderop ligt. Doel van de training is tenslotte om meer integratie te stimuleren. We willen jonge leiders uit verschillende gemeenschappen bij elkaar brengen zodat ze van elkaar kunnen leren en zich samen kunnen inzetten voor maatschappelijke verandering.

Op een fantastische middag maak ik een lange wandeling met een groepje Guaraní kinderen. Het is heerlijk om te zien hoe vrij ze zijn. Op hun blote voeten rennen ze door het bos, ze klimmen in bomen en klauteren over watervallen zonder dat ze door iemand tot de orde worden geroepen. Als we bij een meertje komen, gooien ze hun kleren uit en springen in het water, om daarna weer rustig verder te lopen en tijdens het wandelen plukken ze fruit en zoeken mooie steentjes waarvan ik er een paar kado krijg.

De afgelopen twee weken zijn ongelofelijk leerzaam geweest voor mij. Ik merk dat ik nog steeds bezig ben om alles wat we hebben meegemaakt te verwerken. Ik voel ook dat het lastig is om mijn ervaringen te delen omdat het onmogelijk is om in een kort verhaal recht te doen aan de context. Veel van wat er over de Guaraní naar buiten komt wordt uiteindelijk tegen deze mensen gebruikt. Als iemand schrijft dat er sprake is van ondervoede kinderen binnen de gemeenschap dan wordt dat geïnterpreteerd als een teken dat de Guaraní niet goed voor hun kinderen zorgen. Als daarentegen beweerd wordt dat er geen ondervoeding is dan wordt dat gezien als een vrijbrief om financiële hulp en/ of subsidie stop te zetten. Er wordt hier in de politiek vooral veel ‘over’ de inheemse bevolking gesproken. En ze worden daarbij vaak gebruikt om stemmen te winnen, maar van een echte dialoog met deze bevolkingsgroepen is nauwelijks sprake. Laat staan dat er officiële erkenning is voor het enorme onrecht dat deze mensen is aangedaan en het onrecht waar ze tot op de dag van vandaag nog mee te maken hebben.

Al heel snel stap je als buitenstaander in de valkuil om te generaliseren. Om inheemse groepen helemaal te zien als lui, dom en vies. Of ze juist te idealiseren en helemaal te zien als puur, milieubewust en vredelievend. Ik zelf geloof dat ondanks alle culturele verschillen, mensen in de eerste plaats mensen zijn, met hun goede en hun slechte neigingen. In mijn ogen is de ene cultuur dus ook niet per se beter of slechter dan de andere. Met de beperkte kennis die ik heb, ben ik wel persoonlijk geraakt door de generositeit van de Guaraní, door hoe vrij ze op een bepaalde manier zijn en hoe goed ze in het hier en nu kunnen leven. En ik ben geïnspireerd door hun democratische manier van beslissingen nemen en conflicten oplossen. Daar kunnen wij in het westen ongelofelijk veel van leren. En aan de andere kant denk ik dat zij ook dingen kunnen leren van ‘ons’ en ‘onze cultuur’.

Het gaat er om spannen de komende jaren. Er zal veel moeten veranderen, wil deze rijke cultuur niet helemaal verloren gaan. Eigenlijk is er van allebei de kanten (blank en inheems) een grote inspanning nodig om elkaar te begrijpen en om te zoeken naar meer duurzame vormen van samenleving. Helaas is het niet waarschijnlijk dat de blanken deze stap op korte termijn gaan zetten. En daarom is het zo belangrijk dat er mensen vanuit de Guaraní gemeenschap opstaan die de taal van ‘het Westen’ spreken en tegelijkertijd opkomen voor de belangen van hun eigen gemeenschap. Die een brug kunnen vormen als het ware. Dit is ook waar alle jongeren die ik gesproken heb van dromen; ‘mezelf ontwikkelen/ opleiden zodat ik op kan komen voor de rechten mijn mensen’. Ik hoop dat de training ze daarbij gaat helpen.

Met vallen en opstaan is het uiteindelijk gelukt om een fantastisch team van 7 jongeren (3 blanken en 4 Guaraní) samen te stellen voor de training in juli. Stuk voor stuk leiders die eruit springen door hun enorme leergierigheid en openheid. Ondanks hun jonge leeftijd, valt het bij allemaal op dat ze zich verantwoordelijk voelen voor hun gemeenschap en dat ze, met enorm veel doorzettingsvermogen, initiatieven nemen om dingen te verbeteren. De komende maanden gaan ze samenwerken om fondsen te werven en voorbereidingen te treffen voor de training. Op die manier bouwen ze hopelijk sterke onderlinge relaties op voordat ze samen op bus stappen voor wat, voor de meesten van hen, hun eerste lange reis is.  

This slideshow requires JavaScript.

Advertisements
  1. Leave a comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: